HET VERHAAL VAN JAMILE SAMUEL

 

 

“Iedereen maakt fouten, ook ik. Maar ik heb geleerd van alle fouten en dat heeft mij gemaakt tot de atleet die ik nu ben. Sterker, sneller en gelukkiger dan ooit!

 

 

Jamile Samuel

 

Door: Tim Koning & Susie Cats

VAN “IK DEED ALTIJD MAAR WAT” NAAR PROFESSIONELE SPRINTER
Vanaf mijn 7levensjaar ren ik rond op de atletiekbaan van Phanos in Amsterdam. Ik hield van het trainen en wedstrijden lopen, maar eigenlijk had ik geen idee hoe ik tactisch een goede wedstrijd moest lopen. Ik deed altijd maar wat. Alles wat ik tijdens de trainingen had geleerd wilde ik tegelijk toepassen, bewust. Dat was zo veel dat het één grote chaos werd in mijn hoofd. Bij een 200 meter wedstrijd rende ik alsof ik een 100 meter liep. Ik kwam als een idioot uit het startblok, maar dat werkte gewoon niet. Daarbij komt ook nog is kijken dat ik een korte spanningsboog heb en mij dus heel kort kan concentreren.   

 

“Ik deed altijd maar wat. Het was één grote chaos in mijn hoofd.”

 

Als junior was ik heel goed en hét beloofde talent van Nederland. Als senior stond ik op alle grote toernooien, maar tussen de grote meiden werd ik altijd 5eof 6e  en was winnen onmogelijk. Lange tijd heb ik gedacht dat er meer in zat, maar het kwam er niet uit. Daarbij kreeg ik veel blessures en de samenwerking met mijn coach – die mij vanaf mijn 14etrainde – ging echt niet meer. Hij heeft mij heel ver gebracht en heb veel van hem mogen leren, maar er kwam een punt dat ik niet meer beter werd. Ik besefte mij dat als ik het anders zou willen, ik het ook echt helemaal anders zou moeten gaan doen. Echt een extreme verandering.


Het was moeilijk om te besluiten welke radicale vervolgstap ik ging zetten. Phanos was namelijk om de hoek en mijn familie en vrienden wonen allemaal in Amsterdam-West. Maar het moest, het was echt nodig. Eigenlijk was er maar één optie echt geschikt voor mij, gaan trainen op Sportcentrum Papendal. Ik wilde een coach waar ik goed mee zou kunnen communiceren, ik wil kunnen zeggen als ik ergens mee zit. Bart Bennema werd in 2016 mijn nieuwe coach en zou van mij een betere sprintster maken. Ik kende hem eigenlijk alleen van zien, maar vond het zo gaaf en wilde het gewoon proberen. Dus verstand op nul en go with the flow. Achteraf was dat ook niet de meest verstandige mindset, maar daarover later meer.


Ik nam een kamer in Arnhem. Eerst voor twee nachten in de week, want tsja Amsterdam blijft toch echt mijn thuis. Al snel werden twee nachten drie nachten, drie nachten werden vier nachten en nu woon ik er een hele week en ben ik zelfs op zoek naar een huis! Wie had dat ooit gedacht, nou ik niet.  

 

Mijn tactiek verstand op nul en go with the flow was niet de juiste tactiek.”

 

Onder de vleugels van Bennema verwachtte ik dat ik weer top wedstrijden ging lopen. Volgens hem gingen mijn trainingen goed en ik kreeg vertrouwen in het nieuwe outdoor seizoen. Maar wat gebeurde er nu?! Ik liep helemaal niet harder op wedstrijden. Mijn wedstrijden waren juist écht heel slecht en het werd gedurende het seizoen niet beter. Daarbij kreeg ik weer een kleine blessure, vergeleek ik mezelf constant met anderen – die wel PR’s liepen – en had ik veel stress voor iedere wedstrijd. Een nieuw dieptepunt in mijn carrière. Weer een teleurstellend seizoen.


Ik was echt niet meer happy. Bennema en ik zijn rond de tafel gaan zitten en tijdens ons evaluatiegesprek werd al snel een aantal dingen duidelijk. Ten eerste was mijn tactiek “verstand op nul en go with the flow” niet de juiste tactiek voor onze samenwerking. In al die jaren als topsporter had ik al veel over mezelf geleerd. Je weet wat voor jou werkt en wat absoluut niet bij jou past. Ik wist al lang dat ik harder liep tijdens trainingen wanneer ik mijn tijden te horen kreeg, maar deze waardevolle informatie heb ik nooit met Bennema gedeeld. Logisch dat onze samenwerking niet optimaal verloopt als ik belangrijke informatie achterhou.   


Naast dat ik beter kon laten weten wat mijn trainingsbehoeftes zijn, viel het Bennema ook erg op dat ik constant bezig was met de uitkomst van een wedstrijd. Ik was alleen maar bezig met winnen of verliezen, een specifieke tijd lopen of harder lopen dan een ander. Bennema stimuleerde mij om te gaan focussen op het uitvoeren van de juiste taken en niet constant bezig te zijn met allerlei afleiders waar ik toch geen invloed op heb. Ik vond dit in het begin super irritant en dacht echt “jaaa doei, ik wil gewoon die tijd lopen. Klaar!”


Een aantal keer deed ik het gewoon nog op mijn manier, maar de resultaten bleven uit. Dat was het punt dat ik naar Bennema ben gaan luisteren en gaan focussen op de juiste taken bij het lopen van een wedstrijd. Ik ging stap voor stap denken in plaats van alles tegelijk. En ja hoor… ik liep beter en harder! De chaos in mijn hoofd werd gestructureerd. Ik realiseerde mij dat ik mezelf al die tijd zoveel druk had opgelegd. Een jaar geleden liep ik net 23.30 sec en nu heb ik een persoonlijk record van 22.37 sec. Een gigantisch verschil in de atletiekwereld!

 

 “Vroeger hoopte ik op een specifieke eindtijd, maar nu doe ik het gewoon. Ik weet nu precies wat ik hiervoor moet doen.”

 

Nu heb ik voor een wedstrijd een concreet doel en weet ik dat ik dat doel kan halen. Maar….  eerst de juiste stappen zetten om daar te komen. Vroeger hoopte ik op een specifieke eindtijd. Nu doe ik het gewoon. Ik ben zeker van mijn zaak en weet nu precies wat ik moet doen.


Door de overstap naar Papendal ben ik een professionelere sprinter geworden. Ik ben vierentwintig uur per dag en zeven dagen in de week gefocust met mijn sport bezig in plaats van mij druk te maken over alle afleiders. Mijn teamgenoten helpen hier enorm bij. Er hangt een positieve vibeen iedereen is super supportive.Mede dankzij hen kwam al mijn positiviteit terug en denk ik voorlopig echt niet aan stoppen. Plezier blijft mijn weg naar succes.

 

“Plezier is mijn weg naar succes.”

 

TEAM SAMUEL
Mijn familie is erg belangrijk voor mij. Door mijn broer ben ik op atletiek gegaan, ik deed namelijk alles wat mijn broer deed. Hij ging op atletiek, dus ik ging ook op atletiek. Ons kleine zusje deed weer alles wat wij deden en zo liepen we al snel met z’n drieën geinend en lachend over de atletiekbaan. Zolang ik het leuk vond bracht mijn moeder mij overal naar toe. Toernooien in België, Duitsland, Frankrijk. Phoe, waar ze allemaal wel niet naartoe is gereden voor mij. Zonder haar, zonder mijn familie, was ik nooit zo ver gekomen als dat ik nu ben gekomen. De familie Samuel werd een hecht team, zowel op als naast de atletiekbaan. In tijden van hoogtepunten en dieptepunten in mijn sportcarrière. Als topsporter verlies je namelijk meer dan dat je wint. Dat is soms zo verschrikkelijk moeilijk en frustrerend. Na iedere tegenslag moet je het weer opnieuw proberen en opnieuw en opnieuw… Je wordt vaak onzeker, verliest het geloof in eigen kunnen en dan komen er nog diverse blessureperiodes bovenop. Toen ik naar Arnhem verhuisde riep ik dat het maar tijdelijk was. Voor mijn 28ejaar zou ik er helemaal klaar mee zijn. Ik vond het op dat moment gewoon echt niet meer leuk.

 

“Voor hen was het gewoon goed als ik mijn best had gedaan.”

 

Mijn eigen familie zag het allemaal gebeuren. De hoge pieken en diepe dalen. Tijdens alle moeilijke periodes hebben zij mij op de been gehouden, ze waren er altijd voor mij. Mijn vader, moeder, broer en zusje. Voor hen was het gewoon goed als ik mijn best had gedaan. Ze lieten mij inzien dat ik altijd goed ben geweest, dat ik op alle grote toernooien aan de start stond en ik nog steeds de tweede van Nederland ben. Door dat inzicht ben ik doorgegaan en daar ben ik ze onwijs dankbaar voor.


MIJN JAPANSE KEYWORD: HET MIDDEL OM OP HET JUISTE MOMENT IN MIJN WEDSTRIJDBUBBEL TE KOMEN
Ik weet nu precies wat mijn taak is tijdens een sprintwedstrijd, maar deze taak uitvoeren op precies het juiste moment vraagt om een combinatie van timing, een dosis zelfkennis en aangeleerde mentale trucjes. Tijdens mijn warming-up ben ik heel gefocust tijdens het uitvoeren van mijn oefeningen, maar daarna laat ik mijn aandacht onmiddellijk los. Dus heel even. Pats. Boem.  2 seconde volle aandacht en daarna gelijk weer laten gaan. Dit zorgt ervoor dat ik niet te vroeg begin met focussen en onnodig veel energie verlies door de zenuwen. Daarnaast heb ik het nodig om te denken dat iedereen super snel is. Nee niet zomaar “denken” dat iedereen snel is, echt geloven dat iedereen snel is. Dan loop ik zelf de beste tijden.  

 

“Ik fluister “gros” tegen mezelf. Het Japanse woord voor “ik maak je af.”

 

Als ik voor mijn startblok sta te springen moet ik precies timen wanneer ik volledig in mijn wedstrijdbubbel kruip. Doe ik dit te vroeg, dan voel ik mijn aandacht wegvliegen. Doe ik dit te laat, dan verpruts ik mijn start. Dus. precies. op. het. juiste. moment. Als ik door de speakers “op je plaatsen” hoor, fluister ik het Japanse woord gros tegen mezelf. Een keywordmet de betekenis “ik maak je af”. Als ik dit tegen mezelf fluister word ik in één keer omarmd door volledige concentratie en de juiste taak. Ik vind een balans tussen de juiste hoeveelheid spanning en ontspanning. Ik zit volledig in mijn wedstrijdbubbel.


PANG!


En weg ben ik.

Met mijn focus en met mijn taak. 

MIJN AVONTUUR BIJ DE SPORTPSYCHOLOOG
Ik ken veel blessureperiodes,  maar deze blessures waren nooit erg genoeg om niet mee te doen aan een wedstrijd. Dus ik stond altijd aan de start en ik wist dat ik goed genoeg was, maar ik besefte mij ook heel goed dat ik vaak niet in topvorm was. Dit doet wat met je als topsporter. Tijdens mijn hernia werd mijn onzekerheid steeds erger. Ik dacht: “Ik kan toch gewoon bewegen met een hernia, maar waarom ren ik dan niet hard?” Dat werd zo’n groot ding in mijn hoofd. Ik werd bang dat mijn carrière afgelopen was en ik niet meer kon rennen. Ik realiseerde mij dat ik met iemand moest gaan praten. Iemand anders dan mijn trainer of vriendinnen en iemand anders dan mijn ouders. Met mijn ouders kan ik heel goed praten, maar toch denk je heel vaak: “jaaaaa mam, dat heb je al zo vaak gezegd!” en twee jaar later besef je pas hoe waardevol dat advies eigenlijk was.

 

“Ik had in mijn hoofd dat een sportpsycholoog eruit zag als een oude man met grijs haar en een snor.”

 

Het werd dus niet mijn coach en ook niet mijn ouders waar ik mee wilde praten. Het moest iemand zijn die mij net iets meer wist te triggeren, een sportpsycholoog was voor mij een logisch stap. Toen ik mijn sportpsycholoog voor het eerst ontmoette was ik verbaasd. Ik had in mijn hoofd dat een sportpsycholoog eruit zag als een oude man met grijs haar en een snor, maar niets was minder waar. Hij was juist super jong en vlot! Soms zaten we binnen te praten en andere dagen gingen we buiten wandelen. Hij wist precies de juiste dingen te zeggen en door zijn gesprekstechnieken kwam ik zélf tot belangrijke conclusies. Hij wist mijn passie voor tekenen te koppelen aan een opdracht om mijn zelfvertrouwen weer te laten groeien. Zo tekende ik het perfecte beeld van mezelf op een wedstrijd. Voor mij was dat een gezichtsuitdrukking die zelfverzekerdheid en een beetje arrogantie uitstraalde. Iedere dag keek ik naar die tekening. Het heeft mij geholpen meer in mezelf te gaan geloven.


Naast mijn onzekerheid heb ik veel met mijn sportpsycholoog gesproken over mijn aandacht en concentratie en de hoeveelheid zenuwen die ik ervoer tijdens wedstrijden. Vooral voor een 200 meter. Door de zenuwen was het tot aan de bocht slappe hap en daarna dacht ik: “ojaaa ik moet rennen!”. Ik bedacht allerlei smoesjes om niet te hoeven rennen, zoals: “ik heb pijn”, “ik ben misselijk”, “ik voel mij niet lekker” of “oow, volgens mij gaat het zo regenen”. Ik ben zelfs een keer zo zenuwachtig geweest dat ik niet eens meer kon inlopen. Door de zenuwen vond ik het rennen niet meer leuk. Ik deed het maar gewoon, want ik was er het beste in en ik moet toegeven dat het na de race toch altijd best wel leuk was geweest. Ik leerde hoe ik met mijn zenuwen om kon gaan en werd mij bewust dat ik toch altijd wel ging rennen. Dus waarom zou ik eigenlijk zenuwachtig zijn?

 

“Ik was zo zenuwachtig dat ik smoesjes verzon om maar niet te hoeven rennen.”

 

Dankzij de goede gesprekken kwam ik erachter dat ik niet alleen druk van mezelf ervoer, maar ook van mijn vader. Mijn vader denkt dat hij alles kan en dan kon hij meestal ook. Ik keek heel erg tegen hem op en wilde kunnen zeggen: “kijk pap, ik kan het!”. Nu ervaar ik deze druk helemaal niet meer. Dit voelt als zo’n verlossing. Door nieuwe inzichten ben ik ook veel boeken gaan lezen over Boeddhisme, nouja twee. Ik haal hier veel lessen uit die belangrijk voor mij zijn als persoon en als atleet. Ik vind het boek “The Secret” echt een prachtig boek. Daaruit heb ik de boodschap gehaald dat het signaal dat jij als persoon afgeeft uiteindelijk ook weer terug ontvangt. In andere woorden, als ik negatief denk, gebeuren er waarschijnlijk ook veel negatieven dingen in mijn leven. Maar als ik mij richt op het positieve, dan komt het positieve mij tegemoet. Je krijgt wat je geeft.  


Om mijn gedachtes wat rustiger te krijgen ben ik nu veel aan het mediteren. Door mij meer te richten op mijn ademhaling gaan mijn gedachten meer “flowen” in plaats van heel geforceerd denken dat ik dit niet mag denken. Dus toch weer meer “go with the flow” en daar word ik heel ontspannen van. Op dit moment ben ik zo veel bewuster geworden van mezelf. Ik ben er echt nog lang niet, want soms is het nog steeds een grote chaos in mijn hoofd. Maar ik heb nu tenminste wel wat mentale tools bij me die ik kan inzetten op momenten dat het nodig is.


SPORT IS NAAST FYSIEK, TACTISCH EN TECHNISCH OOK MENTAAL

Veel sporters zeggen altijd dat het goed met ze gaat. Dat is gewoon niet waar, dat kan niet. Iedereen kent moeilijke periodes. Topsporter of niet. Als atleten zijn wij constant bezig met het fysiek sterker en sneller maken van ons lichaam, maar we vergeten ons hoofd te trainen. Terwijl ons lichaam aangestuurd wordt door ons hoofd. Best gek he?! Ik zou het normaal vinden wanneer iedereen standaard een sportpsycholoog in het team heeft. Al gaat het maar om één keer in de week even een kwartiertje met elkaar praten of het constant opfrissen van de mentale tools die je hebt geleerd.

 

“Veel sporters zeggen altijd dat het goed met ze gaat. Dat is gewoon niet waar, dat kan niet. Iedereen kent moeilijke periodes. We zijn constant bezig met het fysiek sterker en sneller maken van ons lichaam, maar we vergeten ons hoofd te trainen. Terwijl ons lichaam aangestuurd wordt door ons hoofd!”

 

Binnen het team praten we regelmatig over het mentale aspect, althans ik wel. Ik hou ervan om mijn eigen ervaringen met mijn teamgenoten te delen, in de hoop dat ze toch ook anders gaan kijken naar het mentale aspect. Een andere reden voor het delen van mijn ervaringen is dat ik vaak mijn eigen gedrag aanpas door de ervaringen en verhalen van anderen. Van elkaar kan je veel leren. Het is belangrijk dat het praten over wat er in ons omgaat minder een taboe wordt en dit kan alleen werken als wij, sporters, er zelf in geloven. Topsport is geweldig en zwaar tegelijkertijd. Het is niet erg om soms even hulp te vragen aan een expert. Het maakt je sterker, sneller en gelukkiger!


YAAP COMPETITIE

Alle sporters en presteerders nemen het op tegen elkaar in de YAAP competitie. Iedere deelnemer strijdt om zo veel mogelijk cijfers te vinden op de GRID-test. De test bestaat uit vier rondes: in de eerste ronde nemen de deelnemers het tegen elkaar op, in ronde twee geven wij de deelnemers een resultaatdoel mee,  in de derde ronde bepaalt de deelnemer zijn of haar eigen doel en in de laatste ronde gaat het om plezier en ontspanning.

Jamile Samuel haalt in de eerste ronde een score van 7 cijfers. Haar hoogste score haalt ze in ronde drie (13 cijfers). Jamile stelt het liefst haar eigen doelen. Ze legt de lat graag hoog en heeft een doel of referentiepunt nodig om naar toe te werken.

 

 

 

 

 

HET VERHAAL VAN JAMILE SAMUEL

 

 

“Iedereen maakt fouten, ook ik. Maar ik heb geleerd van alle fouten en dat heeft mij gemaakt tot de atleet die ik nu ben. Sterker, sneller en gelukkiger dan ooit!

 

 

Jamile Samuel

 

Door: Tim Koning & Susie Cats

VAN “IK DEED ALTIJD MAAR WAT” NAAR PROFESSIONELE SPRINTER
Vanaf mijn 7levensjaar ren ik rond op de atletiekbaan van Phanos in Amsterdam. Ik hield van het trainen en wedstrijden lopen, maar eigenlijk had ik geen idee hoe ik tactisch een goede wedstrijd moest lopen. Ik deed altijd maar wat. Alles wat ik tijdens de trainingen had geleerd wilde ik tegelijk toepassen, bewust. Dat was zo veel dat het één grote chaos werd in mijn hoofd. Bij een 200 meter wedstrijd rende ik alsof ik een 100 meter liep. Ik kwam als een idioot uit het startblok, maar dat werkte gewoon niet. Daarbij komt ook nog is kijken dat ik een korte spanningsboog heb en mij dus heel kort kan concentreren.   

 

“Ik deed altijd maar wat. Het was één grote chaos in mijn hoofd.”

 

Als junior was ik heel goed en hét beloofde talent van Nederland. Als senior stond ik op alle grote toernooien, maar tussen de grote meiden werd ik altijd 5eof 6e  en was winnen onmogelijk. Lange tijd heb ik gedacht dat er meer in zat, maar het kwam er niet uit. Daarbij kreeg ik veel blessures en de samenwerking met mijn coach – die mij vanaf mijn 14etrainde – ging echt niet meer. Hij heeft mij heel ver gebracht en heb veel van hem mogen leren, maar er kwam een punt dat ik niet meer beter werd. Ik besefte mij dat als ik het anders zou willen, ik het ook echt helemaal anders zou moeten gaan doen. Echt een extreme verandering.


Het was moeilijk om te besluiten welke radicale vervolgstap ik ging zetten. Phanos was namelijk om de hoek en mijn familie en vrienden wonen allemaal in Amsterdam-West. Maar het moest, het was echt nodig. Eigenlijk was er maar één optie echt geschikt voor mij, gaan trainen op Sportcentrum Papendal. Ik wilde een coach waar ik goed mee zou kunnen communiceren, ik wil kunnen zeggen als ik ergens mee zit. Bart Bennema werd in 2016 mijn nieuwe coach en zou van mij een betere sprintster maken. Ik kende hem eigenlijk alleen van zien, maar vond het zo gaaf en wilde het gewoon proberen. Dus verstand op nul en go with the flow. Achteraf was dat ook niet de meest verstandige mindset, maar daarover later meer.


Ik nam een kamer in Arnhem. Eerst voor twee nachten in de week, want tsja Amsterdam blijft toch echt mijn thuis. Al snel werden twee nachten drie nachten, drie nachten werden vier nachten en nu woon ik er een hele week en ben ik zelfs op zoek naar een huis! Wie had dat ooit gedacht, nou ik niet.  

 

Mijn tactiek verstand op nul en go with the flow was niet de juiste tactiek.”

 

Onder de vleugels van Bennema verwachtte ik dat ik weer top wedstrijden ging lopen. Volgens hem gingen mijn trainingen goed en ik kreeg vertrouwen in het nieuwe outdoor seizoen. Maar wat gebeurde er nu?! Ik liep helemaal niet harder op wedstrijden. Mijn wedstrijden waren juist écht heel slecht en het werd gedurende het seizoen niet beter. Daarbij kreeg ik weer een kleine blessure, vergeleek ik mezelf constant met anderen – die wel PR’s liepen – en had ik veel stress voor iedere wedstrijd. Een nieuw dieptepunt in mijn carrière. Weer een teleurstellend seizoen.


Ik was echt niet meer happy. Bennema en ik zijn rond de tafel gaan zitten en tijdens ons evaluatiegesprek werd al snel een aantal dingen duidelijk. Ten eerste was mijn tactiek “verstand op nul en go with the flow” niet de juiste tactiek voor onze samenwerking. In al die jaren als topsporter had ik al veel over mezelf geleerd. Je weet wat voor jou werkt en wat absoluut niet bij jou past. Ik wist al lang dat ik harder liep tijdens trainingen wanneer ik mijn tijden te horen kreeg, maar deze waardevolle informatie heb ik nooit met Bennema gedeeld. Logisch dat onze samenwerking niet optimaal verloopt als ik belangrijke informatie achterhou.   


Naast dat ik beter kon laten weten wat mijn trainingsbehoeftes zijn, viel het Bennema ook erg op dat ik constant bezig was met de uitkomst van een wedstrijd. Ik was alleen maar bezig met winnen of verliezen, een specifieke tijd lopen of harder lopen dan een ander. Bennema stimuleerde mij om te gaan focussen op het uitvoeren van de juiste taken en niet constant bezig te zijn met allerlei afleiders waar ik toch geen invloed op heb. Ik vond dit in het begin super irritant en dacht echt “jaaa doei, ik wil gewoon die tijd lopen. Klaar!”


Een aantal keer deed ik het gewoon nog op mijn manier, maar de resultaten bleven uit. Dat was het punt dat ik naar Bennema ben gaan luisteren en gaan focussen op de juiste taken bij het lopen van een wedstrijd. Ik ging stap voor stap denken in plaats van alles tegelijk. En ja hoor… ik liep beter en harder! De chaos in mijn hoofd werd gestructureerd. Ik realiseerde mij dat ik mezelf al die tijd zoveel druk had opgelegd. Een jaar geleden liep ik net 23.30 sec en nu heb ik een persoonlijk record van 22.37 sec. Een gigantisch verschil in de atletiekwereld!

 

 “Vroeger hoopte ik op een specifieke eindtijd, maar nu doe ik het gewoon. Ik weet nu precies wat ik hiervoor moet doen.”

 

Nu heb ik voor een wedstrijd een concreet doel en weet ik dat ik dat doel kan halen. Maar….  eerst de juiste stappen zetten om daar te komen. Vroeger hoopte ik op een specifieke eindtijd. Nu doe ik het gewoon. Ik ben zeker van mijn zaak en weet nu precies wat ik moet doen.


Door de overstap naar Papendal ben ik een professionelere sprinter geworden. Ik ben vierentwintig uur per dag en zeven dagen in de week gefocust met mijn sport bezig in plaats van mij druk te maken over alle afleiders. Mijn teamgenoten helpen hier enorm bij. Er hangt een positieve vibeen iedereen is super supportive.Mede dankzij hen kwam al mijn positiviteit terug en denk ik voorlopig echt niet aan stoppen. Plezier blijft mijn weg naar succes.

 

“Plezier is mijn weg naar succes.”

 

TEAM SAMUEL
Mijn familie is erg belangrijk voor mij. Door mijn broer ben ik op atletiek gegaan, ik deed namelijk alles wat mijn broer deed. Hij ging op atletiek, dus ik ging ook op atletiek. Ons kleine zusje deed weer alles wat wij deden en zo liepen we al snel met z’n drieën geinend en lachend over de atletiekbaan. Zolang ik het leuk vond bracht mijn moeder mij overal naar toe. Toernooien in België, Duitsland, Frankrijk. Phoe, waar ze allemaal wel niet naartoe is gereden voor mij. Zonder haar, zonder mijn familie, was ik nooit zo ver gekomen als dat ik nu ben gekomen. De familie Samuel werd een hecht team, zowel op als naast de atletiekbaan. In tijden van hoogtepunten en dieptepunten in mijn sportcarrière. Als topsporter verlies je namelijk meer dan dat je wint. Dat is soms zo verschrikkelijk moeilijk en frustrerend. Na iedere tegenslag moet je het weer opnieuw proberen en opnieuw en opnieuw… Je wordt vaak onzeker, verliest het geloof in eigen kunnen en dan komen er nog diverse blessureperiodes bovenop. Toen ik naar Arnhem verhuisde riep ik dat het maar tijdelijk was. Voor mijn 28ejaar zou ik er helemaal klaar mee zijn. Ik vond het op dat moment gewoon echt niet meer leuk.

 

“Voor hen was het gewoon goed als ik mijn best had gedaan.”

 

Mijn eigen familie zag het allemaal gebeuren. De hoge pieken en diepe dalen. Tijdens alle moeilijke periodes hebben zij mij op de been gehouden, ze waren er altijd voor mij. Mijn vader, moeder, broer en zusje. Voor hen was het gewoon goed als ik mijn best had gedaan. Ze lieten mij inzien dat ik altijd goed ben geweest, dat ik op alle grote toernooien aan de start stond en ik nog steeds de tweede van Nederland ben. Door dat inzicht ben ik doorgegaan en daar ben ik ze onwijs dankbaar voor.


MIJN JAPANSE KEYWORD: HET MIDDEL OM OP HET JUISTE MOMENT IN MIJN WEDSTRIJDBUBBEL TE KOMEN
Ik weet nu precies wat mijn taak is tijdens een sprintwedstrijd, maar deze taak uitvoeren op precies het juiste moment vraagt om een combinatie van timing, een dosis zelfkennis en aangeleerde mentale trucjes. Tijdens mijn warming-up ben ik heel gefocust tijdens het uitvoeren van mijn oefeningen, maar daarna laat ik mijn aandacht onmiddellijk los. Dus heel even. Pats. Boem.  2 seconde volle aandacht en daarna gelijk weer laten gaan. Dit zorgt ervoor dat ik niet te vroeg begin met focussen en onnodig veel energie verlies door de zenuwen. Daarnaast heb ik het nodig om te denken dat iedereen super snel is. Nee niet zomaar “denken” dat iedereen snel is, echt geloven dat iedereen snel is. Dan loop ik zelf de beste tijden.  

 

“Ik fluister “gros” tegen mezelf. Het Japanse woord voor “ik maak je af.”

 

Als ik voor mijn startblok sta te springen moet ik precies timen wanneer ik volledig in mijn wedstrijdbubbel kruip. Doe ik dit te vroeg, dan voel ik mijn aandacht wegvliegen. Doe ik dit te laat, dan verpruts ik mijn start. Dus. precies. op. het. juiste. moment. Als ik door de speakers “op je plaatsen” hoor, fluister ik het Japanse woord gros tegen mezelf. Een keywordmet de betekenis “ik maak je af”. Als ik dit tegen mezelf fluister word ik in één keer omarmd door volledige concentratie en de juiste taak. Ik vind een balans tussen de juiste hoeveelheid spanning en ontspanning. Ik zit volledig in mijn wedstrijdbubbel.


PANG!


En weg ben ik.

Met mijn focus en met mijn taak. 

 

 

MIJN AVONTUUR BIJ DE SPORTPSYCHOLOOG
Ik ken veel blessureperiodes,  maar deze blessures waren nooit erg genoeg om niet mee te doen aan een wedstrijd. Dus ik stond altijd aan de start en ik wist dat ik goed genoeg was, maar ik besefte mij ook heel goed dat ik vaak niet in topvorm was. Dit doet wat met je als topsporter. Tijdens mijn hernia werd mijn onzekerheid steeds erger. Ik dacht: “Ik kan toch gewoon bewegen met een hernia, maar waarom ren ik dan niet hard?” Dat werd zo’n groot ding in mijn hoofd. Ik werd bang dat mijn carrière afgelopen was en ik niet meer kon rennen. Ik realiseerde mij dat ik met iemand moest gaan praten. Iemand anders dan mijn trainer of vriendinnen en iemand anders dan mijn ouders. Met mijn ouders kan ik heel goed praten, maar toch denk je heel vaak: “jaaaaa mam, dat heb je al zo vaak gezegd!” en twee jaar later besef je pas hoe waardevol dat advies eigenlijk was.

 

“Ik had in mijn hoofd dat een sportpsycholoog eruit zag als een oude man met grijs haar en een snor.”

 

Het werd dus niet mijn coach en ook niet mijn ouders waar ik mee wilde praten. Het moest iemand zijn die mij net iets meer wist te triggeren, een sportpsycholoog was voor mij een logisch stap. Toen ik mijn sportpsycholoog voor het eerst ontmoette was ik verbaasd. Ik had in mijn hoofd dat een sportpsycholoog eruit zag als een oude man met grijs haar en een snor, maar niets was minder waar. Hij was juist super jong en vlot! Soms zaten we binnen te praten en andere dagen gingen we buiten wandelen. Hij wist precies de juiste dingen te zeggen en door zijn gesprekstechnieken kwam ik zélf tot belangrijke conclusies. Hij wist mijn passie voor tekenen te koppelen aan een opdracht om mijn zelfvertrouwen weer te laten groeien. Zo tekende ik het perfecte beeld van mezelf op een wedstrijd. Voor mij was dat een gezichtsuitdrukking die zelfverzekerdheid en een beetje arrogantie uitstraalde. Iedere dag keek ik naar die tekening. Het heeft mij geholpen meer in mezelf te gaan geloven.


Naast mijn onzekerheid heb ik veel met mijn sportpsycholoog gesproken over mijn aandacht en concentratie en de hoeveelheid zenuwen die ik ervoer tijdens wedstrijden. Vooral voor een 200 meter. Door de zenuwen was het tot aan de bocht slappe hap en daarna dacht ik: “ojaaa ik moet rennen!”. Ik bedacht allerlei smoesjes om niet te hoeven rennen, zoals: “ik heb pijn”, “ik ben misselijk”, “ik voel mij niet lekker” of “oow, volgens mij gaat het zo regenen”. Ik ben zelfs een keer zo zenuwachtig geweest dat ik niet eens meer kon inlopen. Door de zenuwen vond ik het rennen niet meer leuk. Ik deed het maar gewoon, want ik was er het beste in en ik moet toegeven dat het na de race toch altijd best wel leuk was geweest. Ik leerde hoe ik met mijn zenuwen om kon gaan en werd mij bewust dat ik toch altijd wel ging rennen. Dus waarom zou ik eigenlijk zenuwachtig zijn?

 

“Ik was zo zenuwachtig dat ik smoesjes verzon om maar niet te hoeven rennen.”

 

Dankzij de goede gesprekken kwam ik erachter dat ik niet alleen druk van mezelf ervoer, maar ook van mijn vader. Mijn vader denkt dat hij alles kan en dan kon hij meestal ook. Ik keek heel erg tegen hem op en wilde kunnen zeggen: “kijk pap, ik kan het!”. Nu ervaar ik deze druk helemaal niet meer. Dit voelt als zo’n verlossing. Door nieuwe inzichten ben ik ook veel boeken gaan lezen over Boeddhisme, nouja twee. Ik haal hier veel lessen uit die belangrijk voor mij zijn als persoon en als atleet. Ik vind het boek “The Secret” echt een prachtig boek. Daaruit heb ik de boodschap gehaald dat het signaal dat jij als persoon afgeeft uiteindelijk ook weer terug ontvangt. In andere woorden, als ik negatief denk, gebeuren er waarschijnlijk ook veel negatieven dingen in mijn leven. Maar als ik mij richt op het positieve, dan komt het positieve mij tegemoet. Je krijgt wat je geeft.  


Om mijn gedachtes wat rustiger te krijgen ben ik nu veel aan het mediteren. Door mij meer te richten op mijn ademhaling gaan mijn gedachten meer “flowen” in plaats van heel geforceerd denken dat ik dit niet mag denken. Dus toch weer meer “go with the flow” en daar word ik heel ontspannen van. Op dit moment ben ik zo veel bewuster geworden van mezelf. Ik ben er echt nog lang niet, want soms is het nog steeds een grote chaos in mijn hoofd. Maar ik heb nu tenminste wel wat mentale tools bij me die ik kan inzetten op momenten dat het nodig is.


SPORT IS NAAST FYSIEK, TACTISCH EN TECHNISCH OOK MENTAAL

Veel sporters zeggen altijd dat het goed met ze gaat. Dat is gewoon niet waar, dat kan niet. Iedereen kent moeilijke periodes. Topsporter of niet. Als atleten zijn wij constant bezig met het fysiek sterker en sneller maken van ons lichaam, maar we vergeten ons hoofd te trainen. Terwijl ons lichaam aangestuurd wordt door ons hoofd. Best gek he?! Ik zou het normaal vinden wanneer iedereen standaard een sportpsycholoog in het team heeft. Al gaat het maar om één keer in de week even een kwartiertje met elkaar praten of het constant opfrissen van de mentale tools die je hebt geleerd.

 

“Veel sporters zeggen altijd dat het goed met ze gaat. Dat is gewoon niet waar, dat kan niet. Iedereen kent moeilijke periodes. We zijn constant bezig met het fysiek sterker en sneller maken van ons lichaam, maar we vergeten ons hoofd te trainen. Terwijl ons lichaam aangestuurd wordt door ons hoofd!”

 

Binnen het team praten we regelmatig over het mentale aspect, althans ik wel. Ik hou ervan om mijn eigen ervaringen met mijn teamgenoten te delen, in de hoop dat ze toch ook anders gaan kijken naar het mentale aspect. Een andere reden voor het delen van mijn ervaringen is dat ik vaak mijn eigen gedrag aanpas door de ervaringen en verhalen van anderen. Van elkaar kan je veel leren. Het is belangrijk dat het praten over wat er in ons omgaat minder een taboe wordt en dit kan alleen werken als wij, sporters, er zelf in geloven. Topsport is geweldig en zwaar tegelijkertijd. Het is niet erg om soms even hulp te vragen aan een expert. Het maakt je sterker, sneller en gelukkiger!


YAAP COMPETITIE

Alle sporters en presteerders nemen het op tegen elkaar in de YAAP competitie. Iedere deelnemer strijdt om zo veel mogelijk cijfers te vinden op de GRID-test. De test bestaat uit vier rondes: in de eerste ronde nemen de deelnemers het tegen elkaar op, in ronde twee geven wij de deelnemers een resultaatdoel mee,  in de derde ronde bepaalt de deelnemer zijn of haar eigen doel en in de laatste ronde gaat het om plezier en ontspanning.

Jamile Samuel haalt in de eerste ronde een score van 7 cijfers. Haar hoogste score haalt ze in ronde drie (13 cijfers). Jamile stelt het liefst haar eigen doelen. Ze legt de lat graag hoog en heeft een doel of referentiepunt nodig om naar toe te werken.