HET VERHAAL VAN RANOMI KROMOWIDJOJO

 

 

“Plezier in het zwemmen is nu het allerbelangrijkste voor mij. Ik krijg zo veel positieve energie van het water en iedere dag bezig zijn met mijn eigen ontwikkeling. Maar ik heb ook plezier in het vermoeid zijn, in het afzien en ik heb zelfs plezier in het accepteren dat het niet iedere dag beter gaat. ”

 

 

Ranomi Kromowidjojo


Door:
Tim Koning & Susie Cats

IK BEN OOK GEWOON MENS
Zwemmen is een groot onderdeel van mij als persoon en voorlopig heel belangrijk, maar ik ben meer dan alleen een zwemmer. Goede vriend Jeroen van den Brink liet mij inzien dat ik “mens” ben met gedachten en gevoelens. In 2014 wist ik niet meer wat ik wilde, zat met mezelf in de knoop en stelde mezelf uiteindelijk de vraag: hoe ga ik uit deze negatieve spiraal komen? Samen met Jeroen ben ik het avontuur aangegaan om Ranomi Kromowidjojo als mens verder te ontwikkelen en meer te zijn dan de sticker “zwemmer” die ik opgeplakt kreeg.

 

“Ik ben het avontuur aangegaan om Ranomi Kromowidjojo als mens verder te ontwikkelen en meer te zijn dan zwemmer.”

 

Jeroen heeft mij geleerd om belangrijke vragen aan mezelf te stellen. Vragen als: Waar krijg ik nu eigenlijk energie van in het leven? Waar heb ik grip op? Waar kan ik juist geen controle op uitvoeren? Wie of wat zijn energie lekken? Om deze vragen te beantwoorden ben ik gaan schrijven. Niet in een dagboek, maar ik ben letterlijk iedere dag gaan opschrijven wat mij energie kost en waar ik heel blij van word. Na een aantal weken schrijven begon ik patronen te zien en daardoor weet ik veel beter wat ik nodig heb voor het vinden van een mentale balans. Mensen maken dingen vaak groter in hun hoofd en ik heb juist geleerd om het kleiner te maken. Energiezuigers of nare dingen kan ik nu letterlijk wegwuiven of kleiner maken. Soms schrijf ik negatieve gedachten op, verfrommel het papiertje en – in combinatie met ademhalingsoefeningen – blaas ik het verfrommelde papiertje weg. De negatieve gedachten zijn dan ook echt verdwenen.

 

OP DE OLYMPISCHE SPELEN IN LONDEN WAS ALLES PERFECT, MAAR TOEN…
Op de Olympische Spelen (2012) in Londen won ik goud op de 50 en 100 meter vrij. Het was zo ongelofelijk, alles was en ging perfect. Ik had gehaald wat ik wilde halen, maar toen ik die gouden medailles eenmaal had, kwam er in één keer heel veel op me af. Ik werd gebombardeerd als Bekende Nederlander en stond vol in de aandacht. Super gaaf en intens tegelijkertijd. In die periode heb ik het zwemmen even losgelaten en ben veel andere leuke dingen gaan doen. Heel Nederland was op dat moment in paniek, omdat de krantenkoppen schreeuwde: “Ranomi Kromowidjojo stopt met zwemmen”. Maar ik wilde helemaal niet stoppen met zwemmen, ik had gewoon tijd en ruimte nodig voor mezelf. Ik wilde de impact van Olympische Spelen goed verwerken en weer landen op deze planeet.   

 

“Na de Olympische Spelen in Londen heb ik het zwemmen even losgelaten en ben veel andere leuke dingen gaan doen.”

 

De hectiek van de Olympische Spelen was voorbij en toen begonnen de veranderingen. In 2013 vertrok mijn trainer Jacco Verharen naar Australië en dat was de eerste verandering wat heel lang bleef doorrollen van de ene naar de andere onduidelijkheid. Onduidelijkheid in de groep, onduidelijkheid bij de zwembond, maar ook veel onrust en onduidelijk bij mij persoonlijk. Ik moest opnieuw gaan nadenken wat ik wilde. Eén ding wist ik wel zeker en dat was dat ik opnieuw goud wilde halen op de Olympische Spelen in Rio. Om dat doel te halen ging ik trainen bij Marcel Wouda. Het was verschrikkelijk leerzaam en leuk, maar niet leuk genoeg voor mij. Ik had niet het vertrouwen dat hij mij ging geven wat ik nodig had voor die gouden plak. In topsport is 99 procent niet genoeg voor het hoogste podium. Alles moet kloppen om als eerste te kunnen aantikken.

 

Om mijn droomdoel te bereiken heb ik voor mezelf gekozen en ben ik weggegaan bij Marcel Wouda. Dit besluit zorgde opnieuw voor onduidelijkheid en onrust bij mezelf en daarbij ging mijn relatie met Pieter van den Hoogenband ook nog eens uit! Mijn steun en toe verlaten (Jacco en Pieter) vielen tegelijkertijd weg, de mensen op wie ik op dat moment het meest leunde. Toen kwam het echte paniek moment: wat nu?!

 

“Binnen jezelf is er ook niet één weg naar succes. Je eigen ontwikkeling is een dynamisch proces. Een meerjarenplan dat constant in beweging is.”

 

De nieuwe Olympische cyclus was voorbij en de Olympische Spelen in Rio (2016) waren aangebroken. Er was nog steeds onrust binnen de hele ploeg en bij mezelf, maar ik had vier jaar geleden goud gehaald, dus ik zou wel weer “even” goud halen. Nee, zo werkt het niet in de topsport en al helemaal niet op de Olympische Spelen. Ik had mijn doelen niet gehaald en ging naar huis zonder medailles. Wat een verschrikkelijk gevoel. Ik moest dealen met mijn eigen teleurstelling en al het commentaar van de buitenwereld. Nu heb ik meegemaakt hoe het is om goud te halen op de magische Olympische Spelen – waar je iedere vier jaar naar toeleeft – en hoe het is om met lege handen naar huis te gaan, maar na beide toernooien moest ik wakker worden en met mezelf leren omgaan. Het leven gaat gewoon verder. Mijn vriend, Ferry Weertman, won daarentegen wel goud in Rio. Mede door hem ben ik gaan inzien dat er niet één weg is naar goud. Hij heeft zijn eigen manier en ik heb die van mij. Door alle teleurstellingen en successen heb ik geleerd dat er ook binnen mezelf niet één weg is naar succes, maar een dynamisch proces dat constant in beweging is.


PLEZIER IS SUBTIELER GEWORDEN
Ik vind het belangrijk om mezelf na ieder toernooi de vraag te stellen: vind ik zwemmen nog leuk en kan mijn lichaam het nog aan? Tot nu toe is dat antwoord altijd “ja”. Ik heb het geloof in mezelf dat ik nog steeds harder kan zwemmen, mezelf kan ontwikkelen en beter kan worden. Ik krijg zo veel positieve energie van in het water liggen, iedere dag bezig zijn met mijn eigen ontwikkeling, kleine stappen maken richting mijn doelen en het lef hebben om uit mijn comfortzone te stappen. Als dit lukt laait het vlammetje in mij op.


Wanneer mensen aan mij vragen wat het belangrijkste is in het zwemmen, is mijn antwoord nu altijd plezier, dat is een lange tijd heel anders geweest. En natuurlijk moet je plezier niet verwarren met elke training een uur lang aan de kant giechelen. Plezier betekent voor mij ook plezier in het vermoeid zijn, plezier in het afzien en zelfs plezier hebben in het accepteren dat het niet iedere dag beter gaat.

 

“Genieten?! Genieten, dat doe je later maar, nu moet ik gewoon hard zwemmen en winnen. Punt.”

 

In de loop der jaren heeft het woord plezier voor mij een heel andere betekenis gekregen. Tien jaar geleden was ik alleen maar bezig met presteren. Alles moest wijken voor het winnen. Als de coach zei “geniet ervan” in plaats van “succes”, dacht ik: Genieten?! Genieten, dat doe je later maar, nu moet ik gewoon hard zwemmen en winnen. Punt. Op dit moment geloof ik veel meer dat plezier de weg is naar succes. Ik geniet nu zo veel meer van mijn hele proces en de kleine dingen tijdens dat proces, in plaats van alleen tevreden zijn met de resultaten die ik behaal. Ik geloof nu veel meer dat als ik lief ben voor anderen, ik dit ook op een positieve manier weer terug krijg. Plezier is voor mij veel subtieler geworden.

 

MIJN FOCUSPUNTEN IN TRAININGEN
Tijdens trainingen ben ik niet gefocust op resultaat. Het maakt mij eigenlijk niet zoveel uit welke tijden ik zwem en heel veel tijden weet ik niet eens. Het gaat mij meer om het hele proces dat uiteindelijk leidt tot een resultaat. Eigenlijk vergelijkbaar met een race, dan ligt de focus op de start, keerpunt en finish. Pas als ik aangetikt heb weet ik de uitslag, eerder niet. Naast de verschuiving van resultaatgericht trainen naar procesgericht trainen, is er ook steeds meer aandacht voor het stukje voelen. Dat vind ik onwijs fijn en heb daar ook veel behoefte aan. In het zwemmen zijn we heel wetenschappelijk bezig en in detail wordt uitgekiend hoe hard je in theorie zou moeten kunnen zwemmen. Eigenlijk net als een machine: dit stop je erin, dit komt eruit. Maar zo werkt de mens niet, soms gebeuren er dingen op gevoelsniveau die gewoon niet te verklaren zijn en wel invloed hebben op mijn zwemprestaties. Er is nog zoveel winst te halen in het mentale aspect van de sport. Het begint eigenlijk al simpel met wat je tegen jezelf zegt. Wat zeg je elke dag tegen jezelf als je opstaat? Wat zeg je tegen jezelf tijdens het trainen? En, wat zeg je tegen jezelf voor een wedstrijd? Daar raken veel sporters in paniek.

 

“Soms gebeuren er dingen op gevoelsniveau die niet te verklaren zijn, maar wel invloed hebben op mijn zwemprestaties.”

 

Zelf gebruik ik de eerste twee jaar van een Olympische cyclus om nieuwe dingen uit te proberen en te kijken waar ik nog winst kan boeken. Ik geloof dat het belangrijk is om mijn routines los te laten, uit mijn comfortzone te stappen en mezelf nieuwe prikkels te geven. Natuurlijk is er een grote kans bij het uitproberen van nieuwe dingen, dat het niet zo lekker gaat. Maar ik accepteer dat vooraf en ik zie wel hoe het loopt. Als ik denk dat dingen nut hebben, wil ik het een kans geven. Door uit mijn comfortzone te stappen maak ik soms fouten, maar ik zie die fouten dan niet als iets negatiefs en leer juist van dat soort momenten. Een voorbeeld is dat ik in deze periode experimenteer met mijn race-indeling. Het komt voor dat ik niet op het podium sta en dat is dan niet goed genoeg. Maar het is niet fout, misschien was het ook niet de beste optie, maar nu weet ik wel dat het niet mijn manier is. Er zit zoveel meer tussen “goed” en “fout”, behalve bij de Olympische Spelen. Daar telt voor mij maar één ding en dat is toch echt een gouden medaille.

 

 

MIJN MENTALE VAARDIGHEDEN
Voor een wedstrijd wil ik in een flow komen. Het is moeilijk om uit te leggen wat er dan gebeurt, want het is een onbeschrijfelijk gevoel. Ik ben op dat moment met niks anders bezig dan het uitvoeren van mijn taak. Ik voel geen spanning of druk en mijn zwemslagen zijn zo vloeiend! Vroeger kwam ik niet vaak in een flow en was het meer toeval, iets wat me dan gewoon overkwam. Met Jeroen ben ik heel bewust aan de slag gegaan hoe ik gerichter in een flow kan komen. Op die manier ben ik niet meer afhankelijk van het toeval, maar kan ik een flow zelf creëren.

 

“Ik ben op dat moment met niks anders bezig dan het uitvoeren van mijn taak. Ik voel geen spanning of druk en mijn zwemslagen zijn zo vloeiend!”

 

Grote toernooien – zoals Wereld Kampioenschappen en de Olympische Spelen –  duren een week. Van de eerste tot aan de laatste dag zwem ik wedstrijden en een week lang moet ik gefocust zijn en mezelf iedere dag opnieuw opladen. Hoe creëren ik dan voor mezelf een flow gevoel? Persoonlijk doe ik dat door positieve dingen op te zoeken – energie gevers – en tegelijkertijd in mijn zwemtunneltje te gaan zitten waar ik energie zuigers buitensluit. Mijn energie gevers zijn op dat moment dingen en mensen die mij vrolijk en sterk maken en een goed gevoel geven. Waaronder mijn ploeggenoten waar ik tijdens grote toernooien veel spelletjes mee speel. Het maakt dan helemaal niet uit of je wint of verliest. Of nou ja…, we willen natuurlijk allemaal wel winnen, maar het spelletje spelen, maakt het leuk.

 

“Ik voel mezelf echt zwemmen. Ik voel hoe ik het water in duik, hoe ik door het water glijd, hoe ik versnel en ik kan exact de plaat aantikken op de manier hoe ik het wil doen.”  

 

Op een wedstrijddag zelf zonder ik mij nog meer af, voornamelijk in mijn hoofd. Voor een race gebruik ik verschillende mentale vaardigheden om mezelf optimaal voor te bereiden. Een vaardigheid is bijvoorbeeld visualiseren. Ik beeld mij dan een deel van de race in (bijvoorbeeld: de start of de laatste 10 meter van een wedstrijd). Visualiseren doe ik vanuit twee verschillende perspectieven. De ene keer zie ik mezelf zwemmen, alsof ik door de ogen van iemand anders naar mezelf kijk. Op een ander moment voel ik mezelf echt zwemmen. Ik voel hoe ik het water in duik, hoe ik door het water glijd, hoe ik versnel en ik kan exact de plaat aantikken op de manier hoe ik het tijdens de wedstrijd wil doen. Naast het visualiseren gebruik ik een mantra om mezelf goed te maken. Ik ga voor een spiegel staan, kijk mezelf aan en zeg hardop: “ik voel me goed, ik voel me sterk en ik heb er zin in!”. Het is iets heel simpels, maar het werkt echt! Je kan jezelf gewoon goed maken.


Naast het visualiseren ontwikkelen we ook steeds meer andere zintuigen. We zijn als zwemmers namelijk erg visueel ingesteld, we willen zien hóe we zwemmen door middel van video’s, maar als we een race hebben, zien we onszelf natuurlijk helemaal niet zwemmen en komt het veel meer aan op voelen. Een voorbeeld van hoe we dit trainen bij de zwembond is door het doen van zwemoefeningen op het drogen met een geblindeerd brilletje. Hierdoor worden we onwijs erg uit onze comfortzone gehaald waardoor andere zintuigen worden aangesproken. Sommige zwemmers vinden het heel eng en kreten als “woow, ik kan niks zien!” hoor je dan door de ruimte echoën. En om het allemaal nog een beetje erger te maken, mogen we voordat de oefeningen beginnen ook nog een paar rondjes draaien zodat we helemaal gedesoriënteerd zijn en zelfs de bekende trainingsruimte niet meer vertrouwd aanvoelt. Dit soort trainingsmethodes zorgen voor veel discomfort, maar het is allemaal om meer in jezelf te gaan geloven en je beschikt over de juiste vaardigheden om bij jezelf terug te keren in moeilijke omstandigheden.


MIJN OVERTUIGING RICHTING TOKYO
Ik weet (nog) niet of ik goud ga halen in Tokyo. Als ik over 491 dagen op het startblok sta weet ik of ik sterk genoeg ben als zwemmer, maar nu weet ik dat ik als mens beter ben dan ooit en ik van iedere dag geniet.

 

HET VERHAAL VAN RANOMI KROMOWIDJOJO

 

 

“Plezier in het zwemmen is nu het allerbelangrijkste voor mij. Ik krijg zo veel positieve energie van het water en iedere dag bezig zijn met mijn eigen ontwikkeling. Maar ik heb ook plezier in het vermoeid zijn, in het afzien en ik heb zelfs plezier in het accepteren dat het niet iedere dag beter gaat. ”

 

 

Ranomi Kromowidjojo


Door:
Tim Koning & Susie Cats

IK BEN OOK GEWOON MENS
Zwemmen is een groot onderdeel van mij als persoon en voorlopig heel belangrijk, maar ik ben meer dan alleen een zwemmer. Goede vriend Jeroen van den Brink liet mij inzien dat ik “mens” ben met gedachten en gevoelens. In 2014 wist ik niet meer wat ik wilde, zat met mezelf in de knoop en stelde mezelf uiteindelijk de vraag: hoe ga ik uit deze negatieve spiraal komen? Samen met Jeroen ben ik het avontuur aangegaan om Ranomi Kromowidjojo als mens verder te ontwikkelen en meer te zijn dan de sticker “zwemmer” die ik opgeplakt kreeg.

 

“Ik ben het avontuur aangegaan om Ranomi Kromowidjojo als mens verder te ontwikkelen en meer te zijn dan zwemmer.”

 

Jeroen heeft mij geleerd om belangrijke vragen aan mezelf te stellen. Vragen als: Waar krijg ik nu eigenlijk energie van in het leven? Waar heb ik grip op? Waar kan ik juist geen controle op uitvoeren? Wie of wat zijn energie lekken? Om deze vragen te beantwoorden ben ik gaan schrijven. Niet in een dagboek, maar ik ben letterlijk iedere dag gaan opschrijven wat mij energie kost en waar ik heel blij van word. Na een aantal weken schrijven begon ik patronen te zien en daardoor weet ik veel beter wat ik nodig heb voor het vinden van een mentale balans. Mensen maken dingen vaak groter in hun hoofd en ik heb juist geleerd om het kleiner te maken. Energiezuigers of nare dingen kan ik nu letterlijk wegwuiven of kleiner maken. Soms schrijf ik negatieve gedachten op, verfrommel het papiertje en – in combinatie met ademhalingsoefeningen – blaas ik het verfrommelde papiertje weg. De negatieve gedachten zijn dan ook echt verdwenen.

 

OP DE OLYMPISCHE SPELEN IN LONDEN WAS ALLES PERFECT, MAAR TOEN…
Op de Olympische Spelen (2012) in Londen won ik goud op de 50 en 100 meter vrij. Het was zo ongelofelijk, alles was en ging perfect. Ik had gehaald wat ik wilde halen, maar toen ik die gouden medailles eenmaal had, kwam er in één keer heel veel op me af. Ik werd gebombardeerd als Bekende Nederlander en stond vol in de aandacht. Super gaaf en intens tegelijkertijd. In die periode heb ik het zwemmen even losgelaten en ben veel andere leuke dingen gaan doen. Heel Nederland was op dat moment in paniek, omdat de krantenkoppen schreeuwde: “Ranomi Kromowidjojo stopt met zwemmen”. Maar ik wilde helemaal niet stoppen met zwemmen, ik had gewoon tijd en ruimte nodig voor mezelf. Ik wilde de impact van Olympische Spelen goed verwerken en weer landen op deze planeet.   

 

“Na de Olympische Spelen in Londen heb ik het zwemmen even losgelaten en ben veel andere leuke dingen gaan doen.”

 

De hectiek van de Olympische Spelen was voorbij en toen begonnen de veranderingen. In 2013 vertrok mijn trainer Jacco Verharen naar Australië en dat was de eerste verandering wat heel lang bleef doorrollen van de ene naar de andere onduidelijkheid. Onduidelijkheid in de groep, onduidelijkheid bij de zwembond, maar ook veel onrust en onduidelijk bij mij persoonlijk. Ik moest opnieuw gaan nadenken wat ik wilde. Eén ding wist ik wel zeker en dat was dat ik opnieuw goud wilde halen op de Olympische Spelen in Rio. Om dat doel te halen ging ik trainen bij Marcel Wouda. Het was verschrikkelijk leerzaam en leuk, maar niet leuk genoeg voor mij. Ik had niet het vertrouwen dat hij mij ging geven wat ik nodig had voor die gouden plak. In topsport is 99 procent niet genoeg voor het hoogste podium. Alles moet kloppen om als eerste te kunnen aantikken.

 

Om mijn droomdoel te bereiken heb ik voor mezelf gekozen en ben ik weggegaan bij Marcel Wouda. Dit besluit zorgde opnieuw voor onduidelijkheid en onrust bij mezelf en daarbij ging mijn relatie met Pieter van den Hoogenband ook nog eens uit! Mijn steun en toe verlaten (Jacco en Pieter) vielen tegelijkertijd weg, de mensen op wie ik op dat moment het meest leunde. Toen kwam het echte paniek moment: wat nu?!

 

“Binnen jezelf is er ook niet één weg naar succes. Je eigen ontwikkeling is een dynamisch proces. Een meerjarenplan dat constant in beweging is.”

 

De nieuwe Olympische cyclus was voorbij en de Olympische Spelen in Rio (2016) waren aangebroken. Er was nog steeds onrust binnen de hele ploeg en bij mezelf, maar ik had vier jaar geleden goud gehaald, dus ik zou wel weer “even” goud halen. Nee, zo werkt het niet in de topsport en al helemaal niet op de Olympische Spelen. Ik had mijn doelen niet gehaald en ging naar huis zonder medailles. Wat een verschrikkelijk gevoel. Ik moest dealen met mijn eigen teleurstelling en al het commentaar van de buitenwereld. Nu heb ik meegemaakt hoe het is om goud te halen op de magische Olympische Spelen – waar je iedere vier jaar naar toeleeft – en hoe het is om met lege handen naar huis te gaan, maar na beide toernooien moest ik wakker worden en met mezelf leren omgaan. Het leven gaat gewoon verder. Mijn vriend, Ferry Weertman, won daarentegen wel goud in Rio. Mede door hem ben ik gaan inzien dat er niet één weg is naar goud. Hij heeft zijn eigen manier en ik heb die van mij. Door alle teleurstellingen en successen heb ik geleerd dat er ook binnen mezelf niet één weg is naar succes, maar een dynamisch proces dat constant in beweging is.


PLEZIER IS SUBTIELER GEWORDEN
Ik vind het belangrijk om mezelf na ieder toernooi de vraag te stellen: vind ik zwemmen nog leuk en kan mijn lichaam het nog aan? Tot nu toe is dat antwoord altijd “ja”. Ik heb het geloof in mezelf dat ik nog steeds harder kan zwemmen, mezelf kan ontwikkelen en beter kan worden. Ik krijg zo veel positieve energie van in het water liggen, iedere dag bezig zijn met mijn eigen ontwikkeling, kleine stappen maken richting mijn doelen en het lef hebben om uit mijn comfortzone te stappen. Als dit lukt laait het vlammetje in mij op.


Wanneer mensen aan mij vragen wat het belangrijkste is in het zwemmen, is mijn antwoord nu altijd plezier, dat is een lange tijd heel anders geweest. En natuurlijk moet je plezier niet verwarren met elke training een uur lang aan de kant giechelen. Plezier betekent voor mij ook plezier in het vermoeid zijn, plezier in het afzien en zelfs plezier hebben in het accepteren dat het niet iedere dag beter gaat.

 

“Genieten?! Genieten, dat doe je later maar, nu moet ik gewoon hard zwemmen en winnen. Punt.”

 

In de loop der jaren heeft het woord plezier voor mij een heel andere betekenis gekregen. Tien jaar geleden was ik alleen maar bezig met presteren. Alles moest wijken voor het winnen. Als de coach zei “geniet ervan” in plaats van “succes”, dacht ik: Genieten?! Genieten, dat doe je later maar, nu moet ik gewoon hard zwemmen en winnen. Punt. Op dit moment geloof ik veel meer dat plezier de weg is naar succes. Ik geniet nu zo veel meer van mijn hele proces en de kleine dingen tijdens dat proces, in plaats van alleen tevreden zijn met de resultaten die ik behaal. Ik geloof nu veel meer dat als ik lief ben voor anderen, ik dit ook op een positieve manier weer terug krijg. Plezier is voor mij veel subtieler geworden.

 

MIJN FOCUSPUNTEN IN TRAININGEN
Tijdens trainingen ben ik niet gefocust op resultaat. Het maakt mij eigenlijk niet zoveel uit welke tijden ik zwem en heel veel tijden weet ik niet eens. Het gaat mij meer om het hele proces dat uiteindelijk leidt tot een resultaat. Eigenlijk vergelijkbaar met een race, dan ligt de focus op de start, keerpunt en finish. Pas als ik aangetikt heb weet ik de uitslag, eerder niet. Naast de verschuiving van resultaatgericht trainen naar procesgericht trainen, is er ook steeds meer aandacht voor het stukje voelen. Dat vind ik onwijs fijn en heb daar ook veel behoefte aan. In het zwemmen zijn we heel wetenschappelijk bezig en in detail wordt uitgekiend hoe hard je in theorie zou moeten kunnen zwemmen. Eigenlijk net als een machine: dit stop je erin, dit komt eruit. Maar zo werkt de mens niet, soms gebeuren er dingen op gevoelsniveau die gewoon niet te verklaren zijn en wel invloed hebben op mijn zwemprestaties. Er is nog zoveel winst te halen in het mentale aspect van de sport. Het begint eigenlijk al simpel met wat je tegen jezelf zegt. Wat zeg je elke dag tegen jezelf als je opstaat? Wat zeg je tegen jezelf tijdens het trainen? En, wat zeg je tegen jezelf voor een wedstrijd? Daar raken veel sporters in paniek.

 


“Soms gebeuren er dingen op gevoelsniveau die niet te verklaren zijn, maar wel invloed hebben op mijn zwemprestaties.”

 

Zelf gebruik ik de eerste twee jaar van een Olympische cyclus om nieuwe dingen uit te proberen en te kijken waar ik nog winst kan boeken. Ik geloof dat het belangrijk is om mijn routines los te laten, uit mijn comfortzone te stappen en mezelf nieuwe prikkels te geven. Natuurlijk is er een grote kans bij het uitproberen van nieuwe dingen, dat het niet zo lekker gaat. Maar ik accepteer dat vooraf en ik zie wel hoe het loopt. Als ik denk dat dingen nut hebben, wil ik het een kans geven. Door uit mijn comfortzone te stappen maak ik soms fouten, maar ik zie die fouten dan niet als iets negatiefs en leer juist van dat soort momenten. Een voorbeeld is dat ik in deze periode experimenteer met mijn race-indeling. Het komt voor dat ik niet op het podium sta en dat is dan niet goed genoeg. Maar het is niet fout, misschien was het ook niet de beste optie, maar nu weet ik wel dat het niet mijn manier is. Er zit zoveel meer tussen “goed” en “fout”, behalve bij de Olympische Spelen. Daar telt voor mij maar één ding en dat is toch echt een gouden medaille.

 

 

MIJN MENTALE VAARDIGHEDEN
Voor een wedstrijd wil ik in een flow komen. Het is moeilijk om uit te leggen wat er dan gebeurt, want het is een onbeschrijfelijk gevoel. Ik ben op dat moment met niks anders bezig dan het uitvoeren van mijn taak. Ik voel geen spanning of druk en mijn zwemslagen zijn zo vloeiend! Vroeger kwam ik niet vaak in een flow en was het meer toeval, iets wat me dan gewoon overkwam. Met Jeroen ben ik heel bewust aan de slag gegaan hoe ik gerichter in een flow kan komen. Op die manier ben ik niet meer afhankelijk van het toeval, maar kan ik een flow zelf creëren.

 

“Ik ben op dat moment met niks anders bezig dan het uitvoeren van mijn taak. Ik voel geen spanning of druk en mijn zwemslagen zijn zo vloeiend!”

 

Grote toernooien – zoals Wereld Kampioenschappen en de Olympische Spelen –  duren een week. Van de eerste tot aan de laatste dag zwem ik wedstrijden en een week lang moet ik gefocust zijn en mezelf iedere dag opnieuw opladen. Hoe creëren ik dan voor mezelf een flow gevoel? Persoonlijk doe ik dat door positieve dingen op te zoeken – energie gevers – en tegelijkertijd in mijn zwemtunneltje te gaan zitten waar ik energie zuigers buitensluit. Mijn energie gevers zijn op dat moment dingen en mensen die mij vrolijk en sterk maken en een goed gevoel geven. Waaronder mijn ploeggenoten waar ik tijdens grote toernooien veel spelletjes mee speel. Het maakt dan helemaal niet uit of je wint of verliest. Of nou ja…, we willen natuurlijk allemaal wel winnen, maar het spelletje spelen, maakt het leuk.

 

“Ik voel mezelf echt zwemmen. Ik voel hoe ik het water in duik, hoe ik door het water glijd, hoe ik versnel en ik kan exact de plaat aantikken op de manier hoe ik het wil doen.”  

 

Op een wedstrijddag zelf zonder ik mij nog meer af, voornamelijk in mijn hoofd. Voor een race gebruik ik verschillende mentale vaardigheden om mezelf optimaal voor te bereiden. Een vaardigheid is bijvoorbeeld visualiseren. Ik beeld mij dan een deel van de race in (bijvoorbeeld: de start of de laatste 10 meter van een wedstrijd). Visualiseren doe ik vanuit twee verschillende perspectieven. De ene keer zie ik mezelf zwemmen, alsof ik door de ogen van iemand anders naar mezelf kijk. Op een ander moment voel ik mezelf echt zwemmen. Ik voel hoe ik het water in duik, hoe ik door het water glijd, hoe ik versnel en ik kan exact de plaat aantikken op de manier hoe ik het tijdens de wedstrijd wil doen. Naast het visualiseren gebruik ik een mantra om mezelf goed te maken. Ik ga voor een spiegel staan, kijk mezelf aan en zeg hardop: “ik voel me goed, ik voel me sterk en ik heb er zin in!”. Het is iets heel simpels, maar het werkt echt! Je kan jezelf gewoon goed maken.


Naast het visualiseren ontwikkelen we ook steeds meer andere zintuigen. We zijn als zwemmers namelijk erg visueel ingesteld, we willen zien hóe we zwemmen door middel van video’s, maar als we een race hebben, zien we onszelf natuurlijk helemaal niet zwemmen en komt het veel meer aan op voelen. Een voorbeeld van hoe we dit trainen bij de zwembond is door het doen van zwemoefeningen op het drogen met een geblindeerd brilletje. Hierdoor worden we onwijs erg uit onze comfortzone gehaald waardoor andere zintuigen worden aangesproken. Sommige zwemmers vinden het heel eng en kreten als “woow, ik kan niks zien!” hoor je dan door de ruimte echoën. En om het allemaal nog een beetje erger te maken, mogen we voordat de oefeningen beginnen ook nog een paar rondjes draaien zodat we helemaal gedesoriënteerd zijn en zelfs de bekende trainingsruimte niet meer vertrouwd aanvoelt. Dit soort trainingsmethodes zorgen voor veel discomfort, maar het is allemaal om meer in jezelf te gaan geloven en je beschikt over de juiste vaardigheden om bij jezelf terug te keren in moeilijke omstandigheden.


MIJN OVERTUIGING RICHTING TOKYO
Ik weet (nog) niet of ik goud ga halen in Tokyo. Als ik over 491 dagen op het startblok sta weet ik of ik sterk genoeg ben als zwemmer, maar nu weet ik dat ik als mens beter ben dan ooit en ik van iedere dag geniet.